James Island, ook bekend als Kunta Kinteh Island, is een historische plaats die diep geworteld is in de geschiedenis van Gambia en de trans-Atlantische slavenhandel. Gelegen in de monding van de Gambia-rivier, diende dit kleine eiland als een belangrijk knooppunt voor de handel in tot slaaf gemaakte mensen tijdens een donker hoofdstuk van de menselijke geschiedenis.
Het eiland kreeg zijn naam van de Britse heersers die het fort op het eiland oprichtten in de 17e eeuw. Het fort, oorspronkelijk gebouwd door de Nederlanders en later veroverd door de Britten, diende als een centrum voor het vasthouden van tot slaaf gemaakte mensen voordat ze werden verscheept naar plantages in Amerika.
Vandaag de dag staat James Island symbool voor de grimmige realiteit van de slavernij en herinnert het ons aan de ontberingen die miljoenen Afrikanen hebben doorstaan tijdens de trans-Atlantische slavenhandel. Het eiland is nu een UNESCO-werelderfgoed bezienswaardigheid, en het fort is gerestaureerd als een museum dat bezoekers een glimp biedt van het verleden, met tentoonstellingen over de slavenhandel, de impact ervan op West-Afrika en de verhalen van degenen die gevangen werden gehouden op het eiland.
Een bezoek aan James Island is een ontroerende ervaring, doordrenkt van de geschiedenis en de erfenis van menselijke veerkracht. Terwijl men langs de ruïnes van het fort wandelt en luistert naar de verhalen van gidsen, wordt men herinnerd aan de noodzaak om het verleden te erkennen, te begrijpen en te herdenken, en om te streven naar een toekomst waarin dergelijke gruweldaden nooit meer zullen plaatsvinden.